29 juni 2009 - Een algemeen rookverbod in de horeca, zonder ‘economische slachtoffers’
Morgen beraadt de Kamercommissie Volksgezondheid zich opnieuw over het rookverbod in de horeca. Voor de Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) is het algemene rookverbod de enige aanvaardbare maatregel. Het effect op de volksgezondheid is te groot om te negeren.Dat bewijst nog maar eens het recente onderzoek dat aantoont dat kelners ruim drie keer vaker aan longkanker sterven dan hun leeftijdsgenoten. Anderzijds wil de VLK in deze economische crisis de angst voor faillissementen bij caféhouders ernstig nemen. Ze roept de beleidsmakers op om te gaan voor een totaal rookverbod zonder ‘economisch slachtoffers’.
Onbetwiste gezondheidswinst
Geen enkele maatregel kan zoveel kankers voorkomen als een totaal rookverbod in de horeca. Roken is in België verantwoordelijk voor 38% van alle kankergevallen. Jaarlijks sterven in ons land 20.000 mensen aan de gevolgen van de sigaret. Uit onderzoek blijkt dat er in landen waar een rookverbod geldt in cafés en dancings, veel minder jongeren verslaafd raken aan tabak. In België zouden we met deze eenvoudige maatregel naar schatting 11.760 jongeren van de tabaksverslaving kunnen redden. De horeca is bovendien de enige sector waar werknemers geen recht hebben op een rookvrije werkplek. En dat heeft dramatische gevolgen. Onderzoekers aan de VUB stelden vast dat in ons land kelners 3,2 keer vaker aan longkanker overlijden dan de hele mannelijke beroepsbevolking in hun leeftijdscategorie.
Het is dan ook volstrekt onaanvaardbaar om het werken in dit soort omstandigheden nog één dag toe te laten. Trouwens, zullen schadeclaims van zieke werknemers of hun nabestaanden weldra nog ontlopen kunnen worden?
Café-uitbaters mogen geen slachtoffer worden
Uit de statistieken van het aantal faillissementen in België blijkt dat de curven voor de kleinhandel en de bouwnijverheid netjes parallel lopen met die van de horeca. Dat leert ons dat de conjunctuur inderdaad zwaar weegt op de kleine bedrijven, maar dat de stijging in de faillissementen in de horeca niet toegeschreven kan worden aan de rookwetgeving. Anderzijds lijkt de vrees niet ongegrond, dat wanneer het water aan de lippen staat bij kleinere cafés, zelfs een kleine daling in de omzet voldoende is om te verzuipen. Daar lijkt het ons billijk en ethisch correct dat overheidsgeld wordt ingezet voor die cafés die onder een bepaalde omzetgrens zitten en dus een reëel risico lopen om over kop te gaan tijdens een overgangsperiode. De overheid heeft alleszins ervaring met compensatiemaatregelen voor ‘economische slachtoffers’ van initiatieven voor het algemeen belang. Denk maar aan de sluiting van de mijnen, langdurige wegwerkzaamheden…
Tot slot spoort de VLK de beleidsmakers en de horeca-sector aan om vooruit te denken. Heel Europa evolueert naar een algemeen rookverbod. Overgangsmaatregelen en tijdelijke compromissen doen meer kwaad dan een moedige keuze voor een totaal rookverbod. Geen onrechtvaardige discriminatie tussen verschillende soorten horecazaken. Geen nodeloze investeringen in afzuiginstallaties en aparte rookkamers, om binnen enkele jaren toch met een algemeen rookverbod geconfronteerd te worden. Bovendien geeft een totaal rookverbod horeca-uitbaters de kans om nieuwe, onbereikbare doelgroepen aan te boren. Vandaag bereikt ze immers enkel rokers en mensen die geen probleem hebben met gedwongen meeroken. Alsmaar meer niet-rokers mijden een bezoek aan rokerige cafés. Een totaal rookverbod geeft de horeca daarentegen de kans een nieuw en veel grotere markt aan te spreken. In tijden van economische crisis hebben we nood aan een vooruitstrevende economische aanpak in plaats van vast te houden aan twijfelachtige zekerheden.
