Cijfers
Meer lezen
U weet het uiteraard: er zijn heel wat rokers in Vlaanderen, België, Europa, de wereld. Maar weet u ook hoeveel?Rokers in Vlaanderen
Op de Vlaamse gezondheidsconferentie tabak, alcohol en drugs van 23 en 30 december 2006 werd een nieuwe gezondheidsdoelstelling voor tabak, alcohol en drugs geformuleerd. De algemene doelstelling luidt als volgt: ‘het realiseren van gezondheidswinst op bevolkingsniveau door het gebruik van tabak, alcohol en illegale drugs terug te dringen.’ Wat tabaksgebruik betreft streeft de Vlaamse overheid tegen 2015 de volgende doelstelling na:
- Bij de personen van 15 jaar en jonger is het percentage rokers niet hoger dan 11%.
- Bij de personen van 16 jaar en ouder is het percentage rokers niet hoger dan 20 %.
Hoever zijn we nog van deze doelstellingen verwijderd?
In 2004 rookten 22,6% van de Vlamingen (van 15 jaar en ouder) dagelijks en waren er 4,2% occasionele rokers (bron: Gezondheidsenquête door middel van Interview, België, 2006 IPH/EPI REPORTS N° 2006 - 035 - Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (Afdeling Epidemiologie), in samenwerking met de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de FOD Economie. Januari 2006. ). De groep gestopte rokers bedraagt 20,7% en was samen met de groep van mensen die nog nooit gerookt hadden goed voor 73,2% van de Vlaamse bevolking.
De cijfers van 2004 wijzen wel aan dat de jongeren uit Vlaanderen meer roken dan jongeren uit andere gewesten: 30% van de jongeren tussen 15 en 24 jaar in Vlaanderen waren in 2004 roker tegen 21% van de jongeren in de overige gewesten. Zelfs 27% kon als dagelijkse roker bestempeld kan worden (tegen 19% in het Brussels Gewest en 17% in het Waals Gewest.
De recentste gegevens over het tabaksgebruik bij Vlaamse jongeren tussen 11 en 18 jaar komen uit de studie Jongeren en Gezondheid van de vakgroep Maatschappelijke Gezondheidskunde van de Universiteit Gent. Deze studie maakt deel uit van de internationale studie Health Behaviour in School-Aged Children. De steekproef van de studie bestaat uit 11.154 leerlingen van het vijfde leerjaar lager onderwijs tot het zesde jaar secundair onderwijs. De studie bevat gegevens sinds 1990 tot en met 2006 over het tabaksgebruik bij jongeren van 11 tot 18 jaar.
In het algemeen roken er minder Vlaamse jongeren in vergelijking met 2002. Over de leeftijden heen vinden we een daling van het dagelijks roken bij jongens van 14,9% in 2002 naar 10,9% in 2006. Bij meisjes daalt het dagelijks roken van 12,3% in 2002 naar 8,6% in 2006. De daling is vooral te danken aan het dalende aantal dagelijkse rokers bij de 15- tot 16- en de 17- tot 18-jarige jongeren en dit zowel voor jongens als voor meisjes. Over de leeftijden heen daalt de lifetimeprevalentie (ooit gerookt) bij de jongens van 41,8% in 2002 naar 36,1% in 2006. Het percentage meisjes dat ooit heeft gerookt, daalde van 36,8% in 2002 naar 31,4% in 2006.
Van de 61% van de 17- tot 18-jarige jongens die zegt te roken of gerookt te hebben, begon 76% op 15-jarige leeftijd of vroeger. 10% van de jongens zegt 11 jaar of jonger te zijn geweest toen ze hun eerste sigaret rookten. Van de 57% van de 17- tot 18-jarige meisjes die zegt al gerookt te hebben, deed 78% dit op 15-jarige leeftijd of vroeger. De meerderheid van de 17- tot 18-jarige jongeren begint te roken tussen 13 en 16 jaar.
Volgende metingen zullen moeten uitwijzen of de dalende trend van het rookgedrag van de Vlaamse jongeren bestendigd wordt. Ondanks de daling blijven de ongelijkheden in opleiding (een indicator van socio-economische status bij adolescenten) bestaan: meer jongeren uit het BSO roken, ze roken ook meer sigaretten dan jongeren uit het TSO en ASO, en ze beginnen te roken op jongere leeftijd (waardoor het risico op verslaving vergroot).
Het verschil in rookgedrag tussen jongens en meisjes dat begin jaren 1990 nog bestond, was in 2006 verdwenen, uitgezonderd bij de 17- tot 18- jarigen: het aantal rokende jongens is sneller gedaald dan het aantal rokende meisjes. Meisjes jonger dan 17 jaar rookten in 2006 dus evenveel als jongens.
De directe omgeving is belangrijk als voorspeller voor het rookgedrag van de jongere. Jongeren die thuis mogen roken, worden vaker dagelijkse rokers, onafhankelijk van leeftijd en opleidingsniveau. Jongeren uit het BSO hebben vaker een directe omgeving waar dagelijks roken de norm is. Jongeren uit een rokende omgeving hebben meer kans om zelf te roken. Hierbij is rokende vrienden hebben de belangrijkste voorspeller, gevolgd door een moeder die rookt, en een rokende vader. Meer informatie over het rapport 2006 van de studie Jongeren en Gezondheid vindt u hier.
Rokers in België
Uit de cijfers van de Gezondheidsenquête blijkt dat in 2004 28% van de inwoners van België ouder dan 15 jaar dagelijks rookte. Bijna 10% rookte dagelijks zelfs 20 sigaretten of meer. Dit percentage is trouwens min of meer stabiel sinds 1991.
Er zijn meer mannelijke rokers in België (32%) dan vrouwelijke( 23%). Mannen zijn ook zwaardere rokers dan vrouwen (minstens 20 sigaretten per dag: 12% tegen 9%) en mannen beginnen op jongere leeftijd te roken dan vrouwen (16 jaar t.o.v. 18 jaar).
Er zijn inmiddels ook recentere gegevens voor België. Op basis van een enquête bij 3.911 mensen ouder dan 15 jaar (afgenomen tussen 3 augustus en 16 oktober 2007 door Ipsos, in opdracht van de Stichting tegen Kanker en gefinancieerd door de FOD Volksgezondheid) blijkt dat het aantal rokers voor het eerst in vijf jaar significant daalt: het percentage dagelijkse rokers daalt van 29% in de periode 2002-2006 (vijf enquêtes door Ipsos op basis van dezelfde methodologie) naar 27% in 2007.
Volgens deze enquête neemt vooral het percentage jongeren toe dat nog nooit gerookt heeft: 76% van de 15- tot 17-jarigen heeft nog nooit gerookt, 56% van de 18- tot 24-jarigen heeft nog nooit gerookt tegen 48% bij diegenen die ouder zijn dan 25 jaar.
Interessante Europese weetjes
- Bijna veertig procent (39,4%) van de Europeanen rookt, 41% heeft nooit gerookt en slechts 18,5% is erin geslaagd te stoppen. Het aantal rokers is sinds 1995 met 5,5% gestegen. (Enkel in België, Nederland en Denemarken is het net andersom, daar is het aantal rokers gedaald.)
- De Britten roken het meest, op de voet gevolgd door de Fransen, de Denen en de Grieken. De Belgen stonden in 1995 nog op de vierde plaats, maar hebben zich nu wijselijk teruggetrokken naar een bescheidener 13de plek.
- In België rookt 30% van de jongeren in de leeftijdsgroep 16 à 24 jaar (gegevens van 2001), in Engeland gaat het om 69% van de jongeren, in Zwitserland, Noorwegen, Bulgarije en Spanje gaat het om 40% à 42%, in Denemarken om 34% en in Nederland tenslotte om 38%.
- De zwaarste rokers vind je in Griekenland. Daar roken die tot 23 sigaretten per dag. De regelgeving over het roken wordt er overigens nauwelijks gerespecteerd (68,2% overtreedt de regels). De Belgen nemen hier de tweede plaats: zware rokers jagen er een 18-tal sigaretten per dag door.
- In Portugal wordt het minst gerookt.
- In Denemarken wordt vlugger naar de pijp gegrepen (4,5%) dan elders in Europa (1,2%).
(bron: European Opinion Research Group, autumn 2002)
Meeroken bij kinderen
- 14,6% van de eerstgeborenen jonger dan 10 maanden woont in een huis waarin gerookt wordt (bron: Kind en Gezin, 2002).
- Bijna 35% van de kinderen jonger dan 12 jaar heeft een vader die dagelijks rookt (bron: Panelstudie Belgische Huishoudens 2000).



