Cijfers
Meer info
- Individuele begeleiding van patiënten door vrijwilligers
- Vragen? Bel de Vlaamse Kankertelefoon: 078/150.151
Kanker komt vaker voor bij mannen (31.484 in 2005) dan bij vrouwen (25.701). Ongeveer één man op drie en één vrouw op vier lopen het risico om kanker te krijgen voor hun 75ste verjaardag. De incidentie van kanker hangt zeer nauw samen met de leeftijd. De ziekte treft voornamelijk oudere personen: ongeveer twee derde van alle vrouwen en drie kwart van alle mannen waarbij kanker werd geregistreerd, is 60 jaar of ouder op het ogenblik van de diagnose. Minder dan één procent van alle kankers doet zich voor op kinderleeftijd. Kanker bij kinderen is en blijft daarmee een extreem zeldzame ziekte. In 2005 werd er bij 350 kinderen kanker vastgesteld.
De meest voorkomende tumor bij mannen is prostaatkanker, gevolgd door longkanker en kanker van de dikke darm. Bij vrouwen is borstkanker de meest voorkomende kanker (meer dan een derde van alle kankergevallen bij vrouwen), gevolgd door dikkedarmkanker en longkanker.
De Stichting Kankerregister heeft naast de zogenaamde 'incidentiecijfers' (over het voorkomen van kanker) ook 'mortaliteitscijfers' (over de sterfte door kanker). In 2004 stierven 25.693 Belgen van kanker, 14.659 mannen en 11.034 vrouwen. De belangrijkste doodsoorzaak bij mannen is longkanker, bij vrouwen borstkanker.
De Stichting Kankerregister brengt niet alleen in kaart hoeveel bepaalde kankers voorkomen in functie van een bepaalde leeftijd, geslacht of woonplaats. Op termijn leert het ook iets over trends, of over de impact van bepaalde behandelingen of screeningsprogramma's zoals het bevolkingsonderzoek naar borstkanker bij vrouwen van 50 tot en met 69 jaar in Vlaanderen. De kankerregistratie in België is jong, en er kan voorlopig enkel voor Vlaanderen een evolutie beschreven worden van het aantal kankers, omdat de cijfers voor Wallonië en het Brussels Gewest tot 2004 niet volledig waren.
In Vlaanderen blijkt er een stijging van het aantal borst- en prostaatkankers, hoofdzakelijk het gevolg van screeningspraktijken. Voor longkanker en bepaalde types hoofdhalskanker is er een trend merkbaar: het aantal gevallen bij mannen daalt, het aantal vrouwen met deze tabaksgerelateerde kankers stijgt.
De vijfjaarsoverleving verschilt sterk naargelang het type kanker. De laagste cijfers worden gevonden bij kanker van de pancreas, long- en longvlieskanker, lever- en slokdarmkanker. Dit zijn de meest dodelijke kankers. Borst-, prostaat- en teelbalkanker; Hodgkinlymfoom, lipkanker, en maligne melanoom bij vrouwen zijn de kankers met de beste overlevingskansen. Ter vergelijking: de relatieve vijfjaarsoverleving voor teelbalkanker bedraagt 95%, die bij pancreaskanker amper 7 à 8 %. Concreet wil dit zeggen dat iemand die teelbalkanker krijgt 95% kans heeft om vijf jaar na de diagnose nog te leven. Iemand met pancreaskanker slechts 7 tot 8%.
Naast het type kanker blijkt het ziektestadium bij diagnose een belangrijke rol te spelen voor de prognose. Borstkanker is daar een mooi voorbeeld van. De vijfjaarsoverleving bij borstkanker bedraagt 82%. Het stadium waarin de kanker ontdekt wordt is enorm belangrijk voor de overleving. Als borstkanker in stadium I of II ontdekt wordt, dan zit de overleving ruim boven de 80%, voor stadium I zelfs boven de 90%. Dit wijst nogmaals op het belang van vroegtijdige ontdekking. Ditzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor maligne melanomen.
Een van de vragen waar elke kankerpatiënt mee zit is: hoeveel kans heb ik om te genezen? Het is niet altijd makkelijk om daar een antwoord op te geven. De kans op genezing hangt immers van veel dingen af: van het soort kanker, van het stadium waarin de ziekte verkeert, van de leeftijd van de patiënt, de grootte van de tumor, of er al dan niet uitzaaiingen zijn, van de behandeling enz.
Toch kunnen artsen op basis van uw specifieke kanker mogelijk een voorspelling doen. Hou er echter rekening mee dat uw en elke andere situatie uniek is en dat de overlevingscijfers enkel een globaal beeld geven. Niemand kan voorspellen wat er in uw geval precies zal gebeuren. Praat erover met uw arts, hij kent uw situatie het best.
Meer dan vroeger?
Komt kanker nu meer voor dan vroeger? Er wordt zoveel over kanker gepraat en geschreven, dat het wel zo lijkt. Enkele bedenkingen daarbij:
- er zijn inderdaad kankers die meer voorkomen dan vroeger, maar ook het omgekeerde is waar. Het aantal longkankers bij vrouwen bijvoorbeeld stijgt. Maagkanker daarentegen kwam in het begin van vorige eeuw bijvoorbeeld veel meer voor dan vandaag. Men vermoedt dat dat te maken heeft met de komst van de koelkast: voedingswaren worden nu veel minder gepekeld, waardoor mensen tegenwoordig veel minder gezouten en bedorven voedsel eten.
- het is niet noodzakelijk omdat er op een bepaald moment meer kankergevallen geregistreerd worden, dat er ook een effectieve stijging is van het voorkomen van kanker. De kankerregistratie, dit zijn instellingen die nieuwe kankergevallen verzamelen en registreren, verbetert namelijk steeds.




