LinksSitemapContact
U bent hier:

Celdeling

De cel is de kleinste levende bouwsteen van het lichaam. De meeste levende wezens (zoals de mens) beginnen hun leven als één enkele cel die ontstaat door de versmelting van een eicel van de moeder met een zaadcel van de vader. Heel het lichaam met al zijn verschillende weefsels groeit door vele miljoenen opeenvolgende delingen van die ene oorspronkelijke cel. Omdat een cel die spierweefsel vormt aan heel andere eisen moet voldoen dan bijvoorbeeld een cel in vetweefsel, ontstaat er in de loop van al die delingen een specialisatie of 'differentiatie'.

Om ervoor te zorgen dat al die cellen weten wanneer ze wat moeten doen en hoe ze met andere cellen moeten samenwerken, bestaat er een complex regelsysteem dat ervoor zorgt dat elke cel 'weet' hoe ze zich moet ontwikkelen en hoe ze zich moet gedragen in haar omgeving. Zo zijn de meeste cellen sterk verankerd aan hun buurcellen en zijn ze voor hun overleven afhankelijk van een goeie samenwerking met die buurcellen.

De levensduur van een cel is niet onbeperkt. Sommige cellen hebben een normale levensduur van slechts een paar dagen, terwijl andere vele jaren overleven. Twee voorbeelden: 

  • De binnenkant van de maag bestaat uit 'slijmvlies' dat snel groeit, maar tegelijkertijd ook snel door de maagsappen wordt verteerd. Dit klinkt misschien bizar, maar waarom zou een stukje schapenvlees wél en de maagwand niét verteren? De maag beschermt zich dus door twee mechanismen: door de maagwand sneller te laten groeien dan hij verteerd wordt en door slijm af te scheiden, dat een barrière vormt tussen de sappen en de wand.
  • Botweefsel daarentegen hoeft in normale omstandigheden bij een volwassen persoon niet veel meer te groeien. Wanneer een bot breekt echter, moet er toch aan veel hogere snelheid nieuw bot worden aangemaakt. Waar de groei van bot anders relatief traag gebeurt, kan een gebroken bot plots op een periode van ongeveer 6 weken volledig terug aan mekaar groeien.
    Dit betekent dat cellen niet alleen weten hoe ze moeten groeien, het is blijkbaar ook mogelijk om ze daarin te sturen. Met andere woorden het omliggende weefsel of andere delen van het lichaam kunnen signalen sturen naar de cellen waardoor die sneller of trager gaan delen en groeien.

Cellen zijn microscopisch klein. Een gemiddelde menselijke cel meet 10 tot 30 duizendste van een millimeter. Dat neemt niet weg, dat het ontzettend complexe fabrieken zijn waar de meest vernuftige chemische stoffen geproduceerd kunnen worden. De bijna 35.000 recepten voor deze stoffen (de genen) liggen opgeslagen in een gigantische gegevensbank, de chromosomen of het DNA.
DNA is een stof die het erfelijk materiaal van elk levend organisme vormt en alle functies van de cel regelt. In principe maken cellen enkel kopieën van zichzelf. De celdeling en in het bijzonder het verdubbelen en delen van de chromosomen is een extreem ingewikkeld proces. Het is zo ingewikkeld dat het verwonderlijk is dat er niet vaker iets fout gaat.

VorigeZiekte van de cellen
VolgendeOorzaken van kanker