Chemotherapie
Meer lezen
- Chemotherapie. Infobrochure voor kankerpatiënten en hun familie: meer uitleg over chemotherapie: werking, verloop van de behandeling, cytostatica en over hoe verschillende nevenwerkingen op te vangen (o.a. misselijkheid en braken, mond- en keelproblemen,...). De brochure is te lezen, af te drukken of te bestellen via de pagina Publicaties
De naam chemotherapie verwijst naar de kuur met geneesmiddelen die de groei van kankercellen remmen of vernietigen. De medicijnen worden via de mond ingenomen en/of rechtstreeks in de bloedbaan gebracht met een infuus, waarna ze zich door het hele lichaam verspreiden en overal eventuele kankercellen kunnen bereiken. Vaak wordt voor de toediening van chemo onder plaatselijke verdoving een poortkatheter ingeplant (voluit een subcutane veneuze poortkatheter, bekend onder de merknaam Port-a-cath®) waarop gemakkelijk een infuus kan worden aangesloten.
Niet alle kankercellen zijn even gevoelig voor dezelfde medicijnen. Daarom wordt vaak een combinatie (een cocktail) van verschillende celremmende geneesmiddelen (of cytostatica) voorgeschreven. Dikwijls moet de combinatie van cytostatica in de loop van het ziekteproces worden aangepast.
Chemotherapie wordt toegediend in een aantal cycli, telkens gevolgd door een rustperiode. Meestal loopt de hele behandeling met chemotherapie over enkele maanden, meestal tussen drie en negen maanden.
Doel
Chemotherapie wordt vaak gegeven na een operatie, en is dan bedoeld om het risico te verkleinen dat de kanker terugkomt (deze toepassing heet adjuvante chemotherapie). Chemotherapie wordt soms ook vóór een operatie gebruikt om het gezwel te verkleinen (ook neoadjuvante therapie genoemd). Het kan soms worden gebruikt als enige genezende behandeling. Ten slotte kan chemotherapie bij een uitgezaaide tumor klachten als pijn verlichten.
Gevolgen
Chemotherapie tast behalve de kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen er tijdelijk bijwerkingen optreden: vermoeidheid, misselijkheid en braken, verminderde eetlust, tijdelijk haarverlies, ontstoken mond, verhoogde kans op infecties,... Ze verschillen van persoon tot persoon, en hangen onder andere af van de medicijnen, de hoeveelheid en de duur van de behandeling. Na de behandeling verdwijnen de bijwerkingen. Bepaalde bijwerkingen kunnen echter maanden of jaren blijven aanslepen, bijvoorbeeld vermoeidheid, verminderde weerstand, smaakveranderingen, doof gevoel in de vingers...
Praat over eventuele bijwerkingen of onverklaarbare klachten met uw arts. Vaak is het mogelijk om bijwerkingen te verlichten.
Vorige: Radiotherapie
Volgende: Andere



