LinksSitemapContact
U bent hier:

Van niet-roker tot roker

Meer lezen

Tentoonstelling SOS Smoor

De VLK realiseerde samen met het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie (VIG) de expo 'SOS Smoor' - een interactieve tentoonstelling voor jongeren over roken. Deze kan gehuurd worden via het bureau www.impressant.be of via Jan Rutgeerts op het telefoonnummer 0486/360 968. De informatieve tekst bij deze tentoonstelling kan hier gedownload worden: SOS Smoor (pdf 5,5 MB)

Hoe is het zover kunnen komen? Hoe komt iemand ertoe te beginnen te roken? Aan die eerste sigaret ligt het wellicht niet, want die vinden de meeste mensen verschrikkelijk, hoewel fabrikanten vaak cacao of vanille aan de sigaretten toevoegen om die eerste trek aangenamer te maken (bron: The Journal of Consulting Clinical Psychology, 2002, 70, 998-1009). Het probleem zit dan ook niet in de 'onweerstaanbare heerlijkheid' van het ding, het ligt veeleer in de druk van de omgeving. En die begint al heel vroeg.

Van niet-roker tot roker: een drama in 5 bedrijven

Noot vooraf: de hoofdrol in dit drama kan net zo makkelijk door een jongen als een meisje worden gespeeld. Vervang gewoon de 'hij' door een 'zij'... Waar duidelijke genderverschillen waren, wordt dit vermeld.

1ste bedrijf. De stille verleiding (0 - 8 jaar)

Tijdens die eerste jonge jaren leert een kind de wereld kennen. Hij komt allerlei zaken te weten, raakt overtuigd van bepaalde waarheden en leert ook wat hij kan verwachten. Dit geldt uiteraard ook voor het roken.
Via reclame of product placement (helden uit tv-series of films, popsterren...) krijgt hij een aantrekkelijk beeld van roken, waartegen vaak geen tegengewicht wordt geboden. Meer nog, als de ouders ook roken, gaan de kinderen ervan uit dat roken normaal is of zelfs leuk. En als het iets is wat alleen ouderen doen, dan is het misschien wel een manier om ook 'groot te worden'. Het kind wordt nieuwsgierig: wat zou er zo speciaal zijn aan die sigaretten waar zoveel grote mensen mee rondlopen? (Bron: Bricker et al (2003), in Addiction, 98, 585-93)

Tegenzet

In het eerste bedrijf kunnen de ouders en leraars vooral tegengas geven door zelf niet te roken of te stoppen met roken (bron: Farkas et al (1999), Preventive Medicine, 28, 213-218). Dat stoppen doet u het best voor de kinderen 8 of 9 worden, want zo kunt u de kans dat de kinderen op 18-jarige leeftijd roken met 39% verlagen. Als beide ouders nooit gerookt hebben, daalt die kans zelfs met 71%.
Daarnaast helpt het ook het rookgedrag van anderen (op televisie, in de reclame, in reële situaties) als 'niet gewoon' te doorprikken en zelfs af te keuren (Bron: The Journal of Consulting Clinical Psychology, 2002, 70, 998-1009).
In het Charter tegen Tabak van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 1990 (een interpretatie van de artikelen van de Conventie van de Verenigde Naties over de Rechten van het Kind, aangenomen op 20 November 1989 en van kracht sinds september 1990, door het Comité over de Rechten van het Kind) staat trouwens geschreven dat het kind beschermd moet worden tegen de gevolgen van tabak. 'Elk kind en elke jongere heeft het recht op bescherming tegen elke vorm van tabakspromotie en op opvoedkundige en andere ondersteuning om niet te beginnen roken'.

 

2de bedrijf. De dwingende confrontatie (8 - 14 jaar)

Vanaf 8 jaar wordt de verleiding pas echt concreet. Een vriendje komt aanzetten met een sigaret en nodigt uit ook 'eentje te roken'. Het kind moet kiezen. Zegt hij 'ja', dan geeft hij toe aan zijn nieuwsgierigheid en kan hij de kans grijpen 'er ook bij te horen'. Zegt hij 'nee', dan kiest hij wel voor gezondheid, maar vaak moet hij dan wel opboksen tegen een onmiskenbare sociale druk.
80% van de jongeren blijkt wel te weten dat roken schadelijk is, maar de sfeer die er rond hangt, is blijkbaar nog aantrekkelijker. Vooral jongens denken dat roken belangrijk is om sociale contacten op te doen. Meisjes vinden de ondersteuning en goedkeuring van de leeftijdsgenoten ook zeer belangrijk, maar geven meer aan te roken omwille van het rebelleren, het zelfvertrouwen en de gezelligheid. Bovendien lijken meisjes te denken dat ze hun gewicht beter onder controle hebben wanneer ze roken.

Gek genoeg worden de negatieve gevolgen van die eerste sigaret (misselijkheid, hoesten, duizeligheid, vieze smaak) niet eens als negatief gezien. De oudere jongeren vinden het grappig, en voelen zich stoer omdat ze er geen last meer van hebben. Het lijkt wel een soort toegangsritueel. 'Er tegen kunnen' is iets waarop ze trots menen te kunnen zijn.

Tegenzet

Omdat die eerste sigaretten zo sterk door sociale druk worden opgedrongen, moet in dit bedrijf tegendruk worden gegeven. Niet het roken moet 'cool en stoer' worden gevonden, maar net het niet-roken.

Wanneer proeft de roker zijn eerste sigaret?

Jongens  
Leeftijd Percentage
15 jaar of vroeger 76 %
11 jaar of jonger 10 %
   
Meisjes
Leeftijd Percentage
15 jaar of vroeger 78 %
11 jaar of jonger 7 %

De meerderheid van de 17 tot 18-jarige jongeren begint tussen zijn/haar 13de en 16de te roken.
(bron: studie Jongeren en Gezondheid 2006, Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidskunde, Universiteit Gent); onderdeel van de internationale studie Health Behaviour in School-Agend Children, uitgevoerd onder toezicht van de Wereldgezondheidsorganisatie.)

3de bedrijf. De gruwelijke gewenning (puberjaren)

Zodra de eerste sigaret is gerookt, is een barrière doorbroken. Nu kan de jongere vlugger sigaretten aanvaarden, en dat doet hij ook, tot hij uiteindelijk ook sigaretten gaat kopen om die op zijn beurt uit te delen. Roken doet hij doorgaans nog niet dagelijks; het beperkt zich nog tot een aantal situaties. Zo zal hij roken wanneer veel jongeren samen zijn die ook roken, zoals op feestjes. Het oogt dan 'normaal' om te roken. Wanneer op die feestjes ook alcohol gedronken wordt, wordt de kans dat hij gaat roken zelfs 9 maal zo groot (Bron: The Journal of Consulting Clinical Psychology, 2002, 70, 998-1009).
Vaak zal hij ook een sigaret opsteken wanneer hij het moeilijk heeft of onder druk staat. Jongeren die het moeilijk hebben op school of thuis, grijpen dan ook vlugger naar sigaretten. Hij denkt vaak zelfs dat de sigaret hem helpt situaties te boven te komen.

Wie rookt wekelijks maar niet dagelijks? Slechts een beperkt aantal jongeren rookt alleen wekelijks.

Leeftijd Percentage
11 tot 12 jaar 0 %
13 tot 14 jaar 2 %
15 tot 16 jaar 5 %
17 tot 18 jaar 5 %

(bron: studie Jongeren en Gezondheid 2006, Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidskunde, Universiteit Gent)

Tegenzet

Het is nogal duidelijk dat de bereikbaarheid van sigaretten of tabak in dit bedrijf een belangrijke rol speelt. Hoe makkelijker de jongere eraan kan geraken, of hoe makkelijker hij ze kan betalen, hoe meer er gerookt zal worden. Daarom vragen we ook om de drempels hier werkelijk hoog te houden en pleiten we onder andere voor hoge prijzen. Vooral meisjes blijken oog te hebben voor de prijzen (Bron: VIG).

Studies wijzen trouwens uit dat kinderen die voor hun 18de nog niet roken ook nadien wellicht geen roker worden: 90% blijft niet-roker (bron: Bricker et al (2003), in Addiction, 98, 585-93). Omgekeerd blijkt dat 90% van de rokers voor hun 20ste zijn beginnen te roken; 60% zelfs voor hun 13de (bron: VIG).

De Belgische wetgeving verbiedt sinds 1 december 2004 de tabaksverkoop aan jongeren onder de 16 jaar. Ook een zo breed mogelijk rookverbod draagt er toe bij dat jongeren minder gaan roken. Het rookverbod in de Vlaamse scholen, dat vanaf 1 september 2008 van kracht wordt, is uiteraard een heel goede zaak. Doordat er nog geen volledig rookverbod is in de horeca, is roken in bars, cafés en dancings helaas vooralsnog toegelaten.

 

4de bedrijf. De pijnlijke gewoonte (de jongvolwassene)

Gaandeweg gaat de jonge roker steeds meer roken. Wat eerst sporadisch gebeurde, wordt een gewoonte. Een weekend is pas een weekend als er gerookt wordt, en ook tijdens de week wordt vlugger een sigaret opgestoken. Ja, na een tijdje rookt hij nu dagelijks en ook het aantal sigaretten per dag stijgt langzaam maar pijnlijk zeker. Ook nu zou de roker nog steeds vlot kunnen stoppen, want de verslaving is nog niet echt doorgebroken. 'Ik kan zonder probleem stoppen', hoor je hem vaak opscheppen. Maar toch doet hij het meestal niet, vooral niet wanneer zijn ouders en vrienden ook roken.

Dagelijkse rokers

Leeftijd Meisjes Jongens
11 tot 12 jaar 0 % 0 %
13 tot 14 jaar 3% 2 %
15 tot 16 jaar 10 % 11 %
17 tot 18 jaar 19 % 25 %

Over de leeftijden heen vinden we trouwens een daling van het dagelijks roken bij de jongens van 14,9% in 2002 naar 10,9% in 2006. Bij de meisjes daalde het dagelijks roken van 12,3% in 2002 naar 8,6% in 2006. De daling is vooral te danken aan het dalende aantal dagelijkse rokers bij de 15- tot 16-jarigen en de 17- tot 18-jarigen, zowel voor jongens als voor meisjes.
(bron: studie Jongeren en Gezondheid 2006, Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidskunde, Universiteit Gent)

 

5de bedrijf. De dodelijke verslaving (jongvolwassenen en volwassenen)

Het verhaal nadert nu zijn dieptepunt. De roker rookt dagelijks, is lichamelijk verslaafd en ondervindt ongemakken wanneer hij stopt met roken. Zijn lichaam takelt af van binnenuit.

En hoe het verhaal nu verder gaat? Dat ligt volledig in de handen van de roker. Hij kan kiezen voor een verder ondergangsverhaal waarbij de hoofdpersoon steeds verder aftakelt en uiteindelijk bezwijkt aan de gevolgen van het roken. Of hij kan zich tegen dit lot keren, en de verslaving aanpakken: een heroïsch verhaal van zelfoverwinning en wilskracht.

Of met de woorden van Shakespeare: To be or not to be. That's the question. Whether tis nobler in the mind to suffer the slings and arrows of outrageous fortune, or to take arms against a sea of troubles, and by opposing end them.