Een dag uit het leven van VLK-vrijwilligster Julienne Van Hoorenbeeck
Een dag uit het leven van...
Dit is een momentopname
uit het leven van Julienne Van Hoorenbeeck. In deze reportage volgen een
journalist en een fotograaf één dag lang een kankerpatiënt, een
familielid of een hulpverlener.
Schrijf ons!
Stuur
uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be,
de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in
het volgende nummer.
Zelf vrijwilliger worden?
De Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) heeft al een uitgebreid netwerk van vrijwilligers, maar ze zoekt nog meer mensen. Spreekt vrijwilliger worden u aan? Bel voor meer info naar 070/22.55.25 (alleen tijdens de kantooruren) of stuur een e-mail naar vrijwilliger@tegenkanker.be (vermeld uw voornaam, naam, woonplaats en telefoonnummer a.u.b.).
Alle kandidaat-vrijwilligers doorlopen een cursus. Daarin krijgen ze onder meer informatie over kanker en kankerbehandelingen, trainen ze luistervaardigheden, bezoeken ze een oncologische afdeling in een ziekenhuis... Wie eenmaal als vrijwilliger bij de VLK aan de slag is, wordt verder gecoacht. Vrijwilligers kunnen bij de VLK terecht voor een persoonlijk gesprek. De VLK biedt ook vormingsactiviteiten aan en brengt de vrijwilligers geregeld met elkaar in contact waardoor ze uit elkaars ervaringen kunnen leren. Eenmaal per jaar gaan alle vrijwilligers op provinciale uitstap en elk jaar worden ze tijdens de Nationale Vrijwilligersdag goed in de watten gelegd.
Julienne Van Hoorenbeeck (66) is een bezige bij die zich niet alleen vrijwillig inzet voor Ziekenzorg en voor het Centrum voor Palliatieve Zorg Sint-Camillus, maar ook voor de Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK). In het inloophuis in de Antwerpse Carnotstraat volgt Leven haar een hele dag lang.Tekst: Carla Rosseels, foto: Filip Claessens, uit Leven 47, juli 2010
Wanneer Julienne om 9u ‘s morgens de deur van het inloophuis openzwaait, beginnen haar handen meteen te jeuken. Het huis is pas gerenoveerd en de laatste schilderwerken zijn nog aan de gang. Dat zorgt voor een portie wanorde in de ontvangstruimte. ‘Rommel, daar kan ik niet tegen', zegt Julienne en ze stroopt meteen haar mouwen op. Ze begint met opruimen en vegen, schikt de tafel en legt foldertjes en tijdschriften klaar. Dan is de koffiehoek aan de beurt. Alles wordt proper gemaakt en al snel staat er verse koffie te pruttelen. Ook de schilders beginnen potten, borstels en emmers op te ruimen. ‘Aha, die hebben het ook begrepen', knipoogt Julienne. Tussendoor belt de postbode aan en neemt ze de post in ontvangst. Julienne weet van aanpakken, zoveel is duidelijk.
Overleg
Als alles er netjes bijligt, is het tijd voor overleg met Cindy, samen met Hilde en Agnes VLK-coördinator van het inloophuis. Eerst passeren Juliennes patiëntenbezoeken in het Heilige Familie Ziekenhuis in Reet de revue. Daar is Julienne één dag per week in de weer. Ze nemen samen Juliennes interventiefiches door. Wie heeft ze bezocht? Hoe reageerden de mensen? Hadden ze bijzondere vragen en wensen? Dan komt het openingsfeest ter sprake. Het Antwerpse inloophuis is op 1 maart opengegaan. Op 20 april wordt dit feestelijk gevierd. Julienne zal ingeschakeld worden bij het onthaal en bij de begeleiding van een workshop over kleur en stijl. Dan rinkelt de telefoon en daarmee wordt het overleg tussen Cindy en Julienne afgerond. Cindy trekt naar de bovenverdieping en Julienne rept zich naar de telefoon.
U spreekt met Julienne
‘Vlaamse Liga tegen Kanker, u spreekt met Julienne.' Mensen bellen om zich in te schrijven voor activiteiten of hebben een praktische vraag over ziekenvervoer of financiële tussenkomsten bijvoorbeeld. Julienne vangt ze allemaal even efficiënt en hartelijk op. Ze noteert, geeft extra informatie en laat nooit na om even te vragen hoe het de mensen persoonlijk gaat. Ze nodigt elke beller ook uit om, als het hen past, zeker eens in het inloophuis binnen te springen. Een dame belt om informatie voor een vriendin met kanker die ze graag wil helpen. Voor die inzet krijgt ze van Julienne meteen een pluim. ‘Ik weet hoe belangrijk dat is', zegt Julienne. ‘Ook als vrijwilliger krijg je graag eens een pluim. Dat maakt dat je het volhoudt.'
Inlopers zijn er nog niet. ‘Het is elke dag weer gissen hoeveel mensen er zullen langslopen', zegt Julienne. ‘Het inloophuis is nog maar sinds een paar weken opnieuw open en de Carnotstraat ligt opgebroken. Trouwens, het is niet voor iedereen even makkelijk om de stap naar het inloophuis te zetten. Sommige mensen vinden het te confronterend om hier over de vloer te komen. Dan kan je er namelijk niet meer onderuit dat je ziek bent en kanker hebt. Maar eens die stap gezet, beleven mensen vaak ontzettend veel deugd aan het contact met andere mensen met kanker. Vaak groeit er een hechte band.'
Tijd voor thee
Ondertussen gunt Julienne zichzelf een kopje thee en hebben we tijd om haar wat beter te leren kennen. ‘Ik ben al zes jaar vrijwilliger voor de VLK', vertelt ze. ‘Een broer van mij is op vierentwintigjarige leeftijd aan darmkanker overleden. Toen al wist ik dat ik mij ooit voor mensen met kanker wilde inzetten. Ik heb altijd fulltime lesgegeven. Eerst combineerde ik dat met vrijwilligerswerk voor Ziekenzorg. Na mijn pensionering en mijn echtscheiding had ik meer vrije tijd. Op een dag las ik in een reclameblad dat de VLK vrijwilligers zocht. Zo ben ik erin gerold. Ondertussen werk ik één dag per week in het ziekenhuis en een halve dag per week in het inloophuis. Op zaterdag werk ik ook een halve dag in het Centrum voor Palliatieve Zorg Sint-Camillus. Op dinsdag vang ik mijn kleinkinderen op. Tja', lacht Julienne, ‘je merkt het, stilzitten kan ik niet. Maar ik zou het niet anders willen.'
‘Wie veel geeft', zegt Julienne, ‘krijgt ontzettend veel terug. Als mensen mij bedanken voor een gesprek, dan weet ik dat ik die dag iets zinvols heb gedaan. Dan is mijn dag ook goed. Dat is voldoende om het vol te houden. Ik luister vooral, meer is vaak niet nodig. Sommige mensen praten over koetjes en kalfjes, anderen snijden diepe thema's aan. Over familiekwesties, over het geloof of over de dood. Maar het is niet altijd triest. We lachen geregeld ook wat af. En voor ik naar huis ga, snuif ik eerst altijd een beetje frisse buitenlucht op of maak een wandeling. Dat helpt om alles een beetje van mij af te zetten.'
‘Uiteraard ben ik hier zelf ook door veranderd', zegt Julienne. ‘Ik ben alerter op wat ik fysiek voel en laat me al eens sneller onderzoeken. En je leert relativeren natuurlijk. Over kleinigheden maak ik me al lang niet druk meer. En wat ik iedereen aanraad: zeg vandaag nog wat je elkaar wil zeggen. Dat doen we veel te weinig. Ik pak mijn dochter geregeld eens goed vast en zeg hoe graag ik haar zie. Zelfs met de dood voor ogen, komen sommigen er niet toe om écht met elkaar te praten. Dat is zo jammer. Je moet geen bloemen op het kerkhof leggen, je moet ze aan elkaar geven terwijl je nog leeft.'
Bijpraten bij een ‘boke'
Het loopt naar de middag en het is tijd voor een ‘boke'. Cindy komt erbij zitten. Julienne doet een extra schepje suiker in haar koffie. ‘Een beetje energie voor deze namiddag', knipoogt ze. Algauw beginnen de eerste deelnemers voor de themanamiddag binnen te druppelen. Gastspreekster Katlijn Willems is maatschappelijk werkster en psychotherapeute. Zij werkte een tijdlang in een ziekenhuis en heeft ervaring in het samenwerken met artsen en verpleegkundigen. De geknipte persoon dus om een themanamiddag rond "communicatie met de arts" te begeleiden. Een twintigtal mensen verzamelen zich in een kring en het thema levert meteen een hele resem bewogen verhalen op. Samen met Katlijn wordt nagegaan wat je van de arts mag verwachten en wat je zelf kan doen om de communicatie vlotter te laten verlopen. Katlijn vergelijkt goeie communicatie een beetje met tango dansen: ‘De dokter kent jouw ziekte, jij kent jezelf. Die twee moeten in een goeie, dynamische dialoog samenvloeien'. En met dat beeld voor ogen nemen we koffiepauze. Julienne reikt ondertussen nog wat extra kussens aan, voor mensen die het moeilijk hebben om lang te zitten.
Schouder om op te huilen
Na de themanamiddag wordt er nog druk nagepraat. Julienne wordt weggeroepen: er is een inloopster op bezoek. Frida wordt met open armen ontvangen en krijgt in het zithoekje meteen een kop koffie geserveerd. Julienne breekt het ijs door over het inloophuis en de activiteiten van de VLK te vertellen. Julienne informeert meelevend naar Frida's gezondheidstoestand. Wanneer Frida ter plekke een moeilijk telefoontje uit het ziekenhuis krijgt, biedt Julienne een zachte schouder om even op uit te huilen. Wanneer Frida huiswaarts keert, bedankt ze Julienne voor zoveel warmte. Ze is vastbesloten om nog eens langs te komen. Het inloophuis loopt stilaan leeg. ‘Nog even alles opruimen', besluit Julienne, ‘en dan is het ook voor mij tijd om te vertrekken!'

