U bent hier:

Kanker in de familie (1): Hilde Crevits: moeder, vader en schoonmoeder moedig in strijd tegen kanker

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Dag tegen Kanker

Op donderdag 16 september organiseert de Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) voor de elfde keer haar Dag tegen Kanker. Net als bij de twee vorige edities slaan de VLK en de ziekenhuizen de handen ineen om van de Dag tegen Kanker een dag van de kankerpatiënten en hun familie te maken. Dit jaar geeft de Dag tegen Kanker speciale aandacht aan de naaste omgeving van de kankerpatiënt. Meer informatie over de Dag tegen Kanker en een overzicht van de deelnemende ziekenhuizen 

Hilde Crevits. Foto: An Nelissen ‘Mijn familie is wat je noemt een ervaringsdeskundige', constateert Vlaams minister Hilde Crevits. Kanker treft drie mensen vlak bij de CD&V-politica: beide ouders én schoonmoeder. Hilde Crevits blijft het hele gesprek guitig waar het kan en realistisch waar het moet: ‘Mijn man en ik gaven hulp op de cruciale momenten. Maar de partner is de allereerste steun voor de patiënt. De kanker heeft zowel mijn ouders als mijn schoonouders nog dichter bij elkaar gebracht.'


Tekst: Marc Peirs, foto: An Nelissen, uit Leven 47, juli 2010

‘Mijn moeder Jeanny in 1993: borstkanker. April 2001: opnieuw borstkanker. Nauwelijks was ze genezen of mijn vader Frans kreeg darmkanker. Juli vorig jaar: mijn schoonmoeder Mariëtte. Ook borstkanker. Ons gezin is noodgedwongen ervaringsdeskundige in kanker geworden.'

‘Voor mijn moeder was het van de hemel naar de hel. In december 1992 werd mijn zoon Bram geboren. Haar eerste kleinzoon. Moeder had na mijn geboorte verschillende miskramen gehad. Ik ben enig kind gebleven. Ze had een enorme schrik dat ook bij mij de bevalling fout zou lopen. Maar Bram was een wolk van een baby, mijn moeder overgelukkig. Nauwelijks vier maanden later vindt ze, dankzij zelfonderzoek onder de douche, een harde knobbel. Borstkanker.'

‘De dokters schatten haar overlevingskansen op amper 30 procent. Amputatie was onvermijdelijk. Een chemokuur en bestralingen volgden. En moeder genas. Tot april 2001. Bij een echografie vond de dokter een minuscuul knobbeltje in haar àndere borst. Opnieuw kanker. Die had geen uitstaans met de eerste. Maar het was een bijzonder agressieve kanker. Meteen koos moeder voor de radicale optie van amputatie: "Dan ben ik weer in balans", zei ze, "want met één borst ben ik toch asymmetrisch". Die tweede keer had ze nog veel meer last van de chemokuur. Haaruitval, vermoeidheid, al de bekende symptomen.'

‘Maar moeder is kranig. Ze wou niet dat vader stopte met werken, als schooldirecteur in onze heimat Torhout. Moeder was ook leerkracht. Ze verplichtte vader veel te vertellen over zijn werk: dat gaf haar energie en veerkracht. Ze wou ook niet dat mijn man en ik ons levensritme aan haar ziekte aanpasten. Zodra het kon, stond ze - samen met mijn schoonmoeder - weer klaar voor de opvang van Bram en later onze dochter Soetkin. En ze heeft daar veel deugd van gehad.'

‘Moeder was amper genezen, of er kwam een nieuw kankerslachtoffer: mijn vader. Rond Pinksteren 2003. Vader was net met pensioen. Tijdens de opendeurdag van zijn ex-school wilde hij nog de honneurs waarnemen, maar dat is niet meer gelukt. Hij kreeg stekende buikpijn en moest in allerijl naar het ziekenhuis. Na twee dagen deelden de dokters ons mee dat een gezwel zijn darmen had doen barsten. Zijn hele buik was, tja, kapot vanbinnen. Het gezwel was kwaadaardig maar gelukkig waren er geen uitzaaiingen. Darmkanker, luidde de diagnose.'

‘Wekenlang werd vader in een kunstmatige coma gehouden na de operatie. Zijn overlevingskansen waren ontzettend klein. Daar werd openlijk over gesproken. Moeder had al de muziek samengesteld voor zijn uitvaart. Veel Frans chanson, daar houdt hij van, daar had hij een programma over op een lokaal radiostation. Vader overleefde, ondanks de slechte prognose: "Goeie keuze", zei hij, later, over die uitvaartmuziek (lacht).'

‘Vaders herstel was er één van lange adem. De eerste poging om hem zelfstandig te laten ademen na de comateuze toestand, mislukte. Ik stond erbij en heb me enorm boos gemaakt op hem: "Komaan! Dit is geen manier om te sterven! Niet zo! Niet nu!". Later konden we daar allebei om lachen, maar ik denk dat hij me heeft gehoord, want de tweede poging was wél raak. De chemokuur was minder ingrijpend dan die weken in coma. Hij had eigenlijk geen last van bijwerkingen. Ja, hij was wel dertig kilogram vermagerd, maar erg was dat niet, want vader is een heel struise man (lacht). En hij heeft een half jaar met een stoma (een buikopening met een zakje om de stoelgang op te vangen, red.) rondgelopen. Die hield hem niet weg uit vergaderingen. Mijn vader is een sociaal dier (lacht).'

‘Mijn ouders zijn door hun kanker nog dichter tot elkaar gekomen. Elk van beiden vond de kanker en de pijn van de partner érger dan de eigen kanker. Ontroerend om te zien. Terwijl mijn vader in coma werd gehouden en tijdens de eerste periode van zijn herstel, hield mijn moeder een dagboek bij - iets wat ze tijdens haar eigen ziekteperiodes nooit heeft gedaan. Voor mijn vader was dat erg mooi. Hij had tijdelijk last van geheugenverlies. Dankzij dat dagboek kon hij die periode reconstrueren.'

‘In juli vorig jaar zat ik in vergadering met de CD&V-fractie. De collega's moesten beslissen om me voor te dragen als minister. Plots telefoon van mijn man, die nochtans wist dat ik een belangrijke vergadering had. Ik loop naar buiten en verneem dat mijn schoonmoeder borstkanker heeft. Ook zij had het zelf ontdekt: een grote, harde bol onder de oksel, richting borst. Ik stap terug binnen in de vergadering. Daar was net beslist over mijn ministerfunctie. Ik werd op applaus onthaald. Een hallucinant moment.'

‘Mijn schoonmoeder Mariëtte is een empathische, bezorgde vrouw. We waren dan ook bang dat ze de klap van de diagnose moeilijk zou verwerken. Maar ze heeft zich formidabel sterk getoond. Ze wilde genezen. Ze wilde ook haar vijf kleinkinderen zien groeien en bloeien. Een moeilijk moment was toen de kapper haar haar afschoor aan het begin van de chemokuur. Haar man was erbij. Meteen na de scheerbeurt belde hij: "Ze ziet er ongelooflijk knap uit zonder haar!" (lacht). Ook voor mijn moeder was het haarverlies een moeilijke klip. Ze had van dat dik, ravenzwart haar. En dat ging er dus af. Maar zodra ze opnieuw twee centimeter haar had, hup, de pruik weg, en ze ging winkelen in haar korte kopje. Mensen spraken haar aan: "Jeanny, je hebt weer haar! Je bent aan het genezen!". Dat gaf een enorme boost.'

‘Mijn ouders en mijn schoonmama hebben altijd open gecommuniceerd over hun kanker. Ook met ons. Ze hebben ons alle drie de littekens van de operatie laten zien. Ook mijn man en ik zijn tegenover onze zoon Bram en dochter Soetkin open geweest over de toestand van de oma's en opa. Ze zijn tieners. Ze begrijpen heel goed wat er aan de hand is. Ons gezin heeft leren leven met de wetenschap dat je op het meest onverwachte moment slecht nieuws kan krijgen. Net daarom zijn we blij met alle mooie momenten en genieten we elke dag van de vrije tijd, ook al is die in mijn job nogal schaars.'

‘Schuldgevoel? Neen. Mijn ouders en schoonouders hebben me ook nooit een schuldgevoel gegeven dat ik te weinig tijd aan hen zou besteden. Mijn man en ik hebben allebei een veeleisende job met onregelmatige werkuren. Maar op de cruciale momenten staan we aan hun zijde. Ik merk trouwens dat de levenspartner de allerbelangrijkste steun en toeverlaat is voor wie kanker heeft. Zowel mijn ouders als schoonouders zijn als koppel nog hechter geworden door de kanker. En ze hebben ook het volste vertrouwen in het team van dokters en verplegers. Dat vertrouwen is van levensgroot belang.'

‘Of ik zelf veranderd ben door deze ervaringen, weet ik eigenlijk niet. Ik doe aan sport, ik eet gezond, ik hou mijn cosmetica zo puur mogelijk. Maar ik ben niet extra bezorgd en ik ben geen angsthaas. Ook in het politieke bedrijf blijf ik meestal kalm. Een onopgelost dossier houdt me niet uit mijn slaap. Ik geloof dat levenslust zeer belangrijk is. Ik denk dat de goesting om te leven voor een stukje je genezingsproces mee kan beïnvloeden.'

Kanker in de familie: gesprek met psychologe Bieke Maes

Naar het verhalenoverzicht