Radiopresentatrice Christel Van Dyck over borstkanker
Borstkanker
Borstkanker is de meest voorkomende kanker bij vrouwen in Vlaanderen. Ook mannen kunnen borstkanker krijgen. Het risico op borstkanker is voor een vrouw echter 100 keer groter dan voor een man.
Een biopsie is een kleine ingreep waarbij een stukje weefsel weggenomen wordt om in het laboratorium op kankercellen te onderzoeken.
De behandeling van borstkanker hangt af van de kenmerken van de kanker en van de patiënt. Er zijn veel combinaties van behandelingen mogelijk. Bij een kwart van de borstkankerpatiënten vinden we te veel van een bepaald eiwit in de kankercellen. Dit eiwit maakt de kankercel agressiever. Herceptine is een geneesmiddel dat antistoffen tegen dat specifieke eiwit bevat.
Het vrouwelijk hormoon oestrogeen, dat in het lichaam wordt aangemaakt, kan de groei van borstkankercellen bij bepaalde vrouwen bevorderen. Een hormoontherapie bestaat erin geneesmiddelen toe te dienen die dit tegengaan: ze blokkeren de aanmaak of het gebruik van vrouwelijk hormoon in het lichaam en dus ook in de kankercel.
Meer info over borstkanker vindt u op www.borstkanker.net en in de brochure Meer weten over borstkanker. Op www.tegenkanker.be/publicaties kunt u de brochure in pdf-formaat downloaden of een gedrukt exemplaar bestellen.
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Onaangetast oogt ze, radio- en televisiepresentatrice Christel Van Dyck: kwieke oogopslag, sportief lachebekje, aardige ragebol. Niets laat vermoeden dat deze vrouw net uit de loopgraven is gestapt na een partij armworstelen tegen borstkanker: ‘Als God bestaat, is hij een man. Een vrouw zou dit haar seksegenoten nooit ofte nimmer aandoen’.Tekst: Marc Peirs, uit Leven 39, juli 2008
‘Op aanraden van mijn gynaecoloog laat ik al twee jaar, sinds mijn 45ste, geregeld een mammografie nemen. Dat is vroeg. Maar ik volg de raad van mijn dokter. Bij zulk een controle vond de arts iets opvallends. ‘Hoogstwaarschijnlijk niks ernstigs’, zei de dokter, ‘misschien een restant van een ontsteking, maar breng bij gelegenheid eens je foto’s van de vorige mammografie binnen?’
‘Vijf maanden gingen daar overheen. De arts had het verzoek dan ook zo vrijblijvend geformuleerd: als je eens in de buurt bent... Tja, een mens moet die foto’s zoeken, tijd vinden om ze binnen te brengen... Uiteindelijk voegde ik de daad bij het woord. Twee dagen later mocht ik bellen om informatie. Maar ik heb dat niet gedaan. Plots voelde ik me onwennig. En bovendien vertrok ik net voor een weekje Kreta. Als het vijf maanden lang niet dringend is, dan kan een weekje vertraging er nog wel bij, nee?’
Alleen laten bezinken
‘Het toeval wou dat voor de afreis iemand van wel honderd kilogram zwaar op mijn voet was gestapt. Terug van Kreta, ging ik naar het ziekenhuis om die voet verder te laten behandelen. Daar en toen, in het ziekenhuis, kreeg ik een telefoontje van mijn gynaecoloog. Dat was het alarmsignaal: die belt me anders nooit. Of ik langs kon gaan bij de radiologie? Mijn zoontje van vijf was bij me. Ik bracht hem weg, ging naar de radiologie en welhaast onmiddellijk daarna volgde een biopsie (zie kader hiernaast, red.).’
‘Twee dagen later belde de arts me terug. Of ik eens langs kon komen voor een gesprek. Dan voel je het, dan weet je het. Maar toch heb ik hem verplicht om via de telefoon het woord "kanker" uit te spreken. Ik was alleen thuis. Ik belde mijn man, ging wandelen en voelde me als het ware verdoofd door het verdict. Mijn man kwam; zwijgend wandelden we door het park. Wat later gingen we op doktersconsult. Ik wou eigenlijk alleen maar slapen. Gelukkig was mijn man erbij of ik zou me van het hele gesprek niets meer herinneren.’
‘Die avond heb ik mijn man aangespoord buitenshuis iets te gaan drinken. Ik kon het niet aan hem zo ondersteboven te zien. Hij is er dan op uitgetrokken met een goede vriend. Veel mensen vinden dat vreemd, willen in zulk een moment bij elkaar troost zoeken, maar ik wou alleen zijn. De rest van het verwerkingsproces zijn we samen doorgegaan, maar die avond moest ik alles eerst even laten bezinken.’
Algemene staat van malaise
‘Mijn twee tienerzonen reageerden verbouwereerd en de jongste wist eerst niet goed wat te denken. Mama die "een zieke borst" heeft, voor hem was dat iets als hijzelf die siroop moest drinken bij een zware verkoudheid. Ik heb het woord "kanker" aanvankelijk niet tegen hem uitgesproken. Hij was nog maar vijf, het was een ziekte waarover hij toch nog nooit gehoord had. Ik dacht "ik leg het hem later wel es uit". Maar toen de opa van een schoolkameraadje en later een juf aan kanker stierf, durfde ik het niet meer. Hij kende toen het woord maar ik wou niet dat hij die associaties zou maken. Toen ik kaal werd van de chemo, merkte ik dat hij afstand nam en dat ik moeilijker contact met hem kreeg. Op een dag zei hij "Mama gaat dood". Dat was wel even schrikken. We hebben hem dan gerustgesteld, uitgelegd dat de medicijnen mij opnieuw gezond zouden maken, dat mijn haar zou terugkomen...”
‘Eerst was er de operatie – eigenlijk moet ik zeggen: amputatie. Dan volgden zes sessies chemotherapie. Misselijk? Wel, ik moest één tot twee keer per chemobeurt braken. Ik vind dat meevallen. Ik moest zorgen om na de chemo héél licht te eten, een soepje of zo, maar zodra er paprika in zat, moest ik braken (lacht). Na elke chemo lag ik ook twee dagen in bed. Een boek lezen, video kijken: tot meer was ik niet in staat. Mijn lichaam verkeerde in algemene staat van malaise. Maar na enkele dagen kwam ik steevast boven water. Ik wou immers niet dat mijn gezinsleven stokte omdat ik ziek was. Mee opstaan met de kinderen en ontbijt maken, uit eten gaan mét desnoods valse wimpers van bij de schoonheidsspecialiste (lacht), dat wou ik allemaal doen. Ik kon het niet over mijn hart krijgen een half jaar ‘afwezig’ te zijn voor mijn gezin.’
Nieuwe borst
‘Na de chemo kwam bestraling. Mijn huid raakte verbrand. Er moest een speciaal verband rond mijn boezem dat er alleen tijdens de bestraling af mocht. Douchen, om maar iets te noemen, kon ik niet. Behoorlijk oncomfortabel, vijf weken lang.’
‘Sindsdien krijg ik behandelingen met herceptine (zie kader, red.). Achttien keren. In januari zal dat voorbij zijn. Daarnaast neem ik antihormonenpillen (zie kader, red.). Mijn tumor wordt namelijk gevoed en geactiveerd door mijn hormonen. Die pillen dienen om de hormonen in sluimerstand te zetten en te houden. Maar ze geven me wel vervroegde menopauze. En opvliegers – alsof ik een te heet gestookte kachel ben. Echt verschrikkelijk. Ik slaap er ook heel slecht door. Een goeie nacht wil zeggen: niet meer dan zes keer wakker worden. Dat is een aanslag op mijn levenskwaliteit. ’s Ochtends word ik wakker met stramme en pijnlijke spieren. Ik moet mezelf een half uur in gang lopen. Ik zit niet goed in mijn vel. Precies een oud vrouwke (lacht)! Dus néé, het ergste is nog niet voorbij.’
‘Aan het eind van de rit zal ik een borstreconstructie krijgen. Niet dat ik dat een geschenk vind, maar ik wil ze wel, die nieuwe borst. Ik respecteer natuurlijk de keuze van vrouwen die géén reconstructie willen, maar ik voel me toch te jong om verder te gaan met één borst. Kijk ik in de spiegel, dan voel ik me niet in evenwicht. Eén borst? Het zicht went niet, nooit.’
Vervroegde menopauze
‘Ik heb altijd schrik gehad om oud te worden, ziek te zijn, af te takelen. Ik wil me niet laten gaan. Meteen na de diagnose ben ik naar een dermatologe gestapt: "Wat kan ik doen om mijn huid te beschermen tegen de effecten van de chemo?" Ik gebruikte een prima crème, ben verschillende keren naar de schoonheidsspecialiste gegaan. Sport, dat doe ik zoveel als mogelijk. Fietsend de boodschappen doen bijvoorbeeld. Of in het ziekenhuis vlakbij fitnessoefeningen doen. Samen met vier andere vrouwen die recupereren van chemotherapie. Dat wordt begeleid door een vrouw die zelf ook kanker heeft gehad, super.’
‘Dit is een ontzettend vrouwonvriendelijke kanker. Hij valt je boezem aan, brengt je vervroegd in de menopauze, teert op je vrouwelijke hormonen, plus: veel vrouwen worden er blijkbaar ook nog eens vijf tot tien kilo dikker van. Dàt is me gelukkig bespaard gebleven. Ik zeg: "Als God bestaat, is hij een man. Want een vrouw zou dit haar seksegenoten nooit aandoen" (lacht). Nee, serieus; het is heel vreemd om dit soort kanker te vatten die zo volledig geworteld is in mijn eigen hormoonhuishouding. Die hormonen hebben zolang een goeie rol gespeeld in mijn leven: ze zorgden ervoor dat ik zwanger kon worden, kinderen kon krijgen... En plots hebben ze zich tegen mij gekeerd.’
Struisvogelpolitiek
‘Vanaf juli keer ik terug naar de VRT. Twee dagen per week ga ik werken. Om er vanaf september helemaal tegenaan te gaan. Ik heb daar ongelooflijke zin in. Vroeger dacht ik wel eens “Dit werk, plaatjes aan- en afkondigen, dat stelt niks voor. Maatschappelijk irrelevant”. Maar sinds ik ziek ben, krijg ik zo ongelooflijk veel lieve mails en kaartjes van het publiek. Dan denk ik: “Tiens, dit werk rààkt mensen toch”. Dat doet deugd.
‘Bang dat de kanker terugkomt, ben ik niet. Ik schuif dat naar de achtergrond, weet ik. Wel ben ik me heel bewust van de eindigheid van het leven, van mijn kwetsbaarheid. Dat besef is nieuw. Voor de rest heeft de kanker me niet fundamenteel veranderd. Ik hoopte eigenlijk dat ik zou leren de dingen meer los te laten. Te relativeren. Vooralsnog is dat niet gelukt (lacht). Ik leef eigenlijk heel gewoon. Mijn man zegt me soms “Wij vergeten hier dat jij ziek bent”. Sommige mensen voorspellen dat ik nog wel een terugslag zal meemaken. Ik wéét dat ik aan struisvogelpolitiek doe. Maar dat wérkt. Voorlopig toch.’



